Text aus dem Hauptfenster in Zwischenablage kopieren

Dat. cxiij. capittel.
Die leuen wille naer zijn selfs hooft
Dicwijl mesdoet ende zottelic ghelooft.
1
MEn vindt noch een manniere van zotten die hem
2
zeluen wijs scijnende met elcken spotten ende wil
3
len alle dijnck doen ende verclaren naer haren eyghen hooft
4
leuende op haer gijse ende mannieren: weder zij goed of quaed
5
zijn niet hachtende / noch op verspreken oft onderwijsen
6
van die wijsere ende vroedere zijn dan zij lettende / teghen
GW5066_0224_Paris_p2v